11-11-10

Techniek: Pas

Pas:

Een passeur geeft een pas waarna een aanvaller de bal heel hard over het net kan slaan. Een pas is een bal die bovenhands gespeeld wordt. Dit kun je op verschillende manieren doen. Jij zult de bal vooral naar voren spelen. Als je bovenhands gaat spelen is het belangrijk dat je goed naar de bal kijkt zodat je kunt inschatten waar hij komt. Je lichaam staat in de richting waar de bal vandaan komt. Je staat met je knieën en ellebogen lichtgebogen. Je handen heb je op hoofdhoogte en er staat één voet voor. Als de bal dichterbij komt dan buig je je knieën en ellebogen. Als je de bal speelt dan moet je je armen en benen strekken. Zodra je de bal speelt zorg je ervoor dat je stilstaat. Als je aan pas geeft naar de aanvaller, moet je voet die langs het net staat, voorstaan. Je kunt de bal ook naar achteren spelen. Dit is veel moeilijker. Hele goede passeurs springen eerst en spelen dan de bal. Omdat ze springen, kunnen ze de bal sneller spelen en de tegenstander in de war brengen.
smash2.jpg

19:17 Gepost door Julie in Techniek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.